Het verhaal van Anitriberi
Het was een warme zondagmiddag in Paramaribo, ergens in de vroege jaren ’50. De zon brandde op de houten daken, en in de smalle straatjes rook je overal gebakken banaan en houtskoolvuur. In de volksbuurten zaten mensen vaak op hun stoep, kletsend, lachend, of soms klagend dat alles duur was geworden.
In één van die huizen woonde tante Gratia, een oudere vrouw die bekendstond om haar verhalen en kookkunst. Rondom haar zaten kinderen en buren met hun blikken borden in de hand. Ze glimlachte en vroeg:
“Mi pikin, yu sabi san na anitriberi?”
(Mijn kinderen, weten jullie wat anitriberi is?)
De kinderen schudden hun hoofd. Tante Gratia begon te vertellen.
De armoede en het samen delen
“Lang geleden, na de oorlogsjaren, hadden de mensen hier in Suriname niet veel. Een kilo rijst was soms al een luxe, zoutvlees kwam alleen als iemand het uit de stad kon halen, en vis werd vaak gedroogd om langer te bewaren. Maar één ding hadden we wél: de kracht om samen te delen.
| Anitriberi ingredienten weergegeven middels stock images |
Zo is anitriberi geboren. Iedereen bracht wat van huis mee. De één kwam met een kilo rijst, de ander met een stuk zoute vis, weer iemand bracht kokosmelk of suiker. Zo maakten we samen één grote pot eten. Niemand hoefde hongerig naar huis te gaan. Dat is de ware betekenis van anitriberi... breng wat je hebt.”
Het koken
Ze wees naar de keuken waar een grote pan op een houtskoolvuurtje stond.
“Zie je die rijst? Gekookt in kokosmelk, zacht en vol van smaak. Daarin doen we stukjes zoutvlees of zoute vis. Het lijkt op moksi alesi, maar simpeler. Vaak kreeg je witte rijst met kleine stukjes vlees of vis erdoorheen, en soms wat gebakken banaan erbij. Dat was feest genoeg!
En geloof me, mi pikin, die ene pot smaakte beter dan een hele tafel vol luxe eten. Omdat je wist dat iedereen iets had bijgedragen.”
De oorsprong
Een buurman, meneer Jozef, vulde aan:
“Ja, anitriberi begon vooral bij de Creoolse gezinnen in Paramaribo. Maar al gauw deden de Hindostanen, Javanen en Marrons ook mee. Want honger kent geen kleur, en samen eten bindt mensen. Het was in de jaren veertig en vijftig dat het een naam kreeg, maar het gebruik van samenleggen kenden onze voorouders al in de plantagetijd.”
Bij dede oso
Toen keek tante Gratia even ernstig.
“En weet je, anitriberi was er niet alleen bij vrolijke gelegenheden. Ook bij een dede oso, de rouwwake voor iemand die gestorven was, speelde het een grote rol.
De familie van de overledene had vaak geen tijd om te koken. Dan brachten buren en vrienden van alles mee: rijst, vis, zoutvlees, kokos, brood. Samen werd er een pot gemaakt. Terwijl de volwassenen psalmen zongen of verhalen vertelden, en de kinderen buiten speelden, ging de pan rond.
Dat bord eten troostte niet alleen de maag, maar ook het hart. Het liet zien: in verdriet sta je er niet alleen voor. Wij dragen samen.”
De betekenis
Tante Gratia keek de kinderen doordringend aan.
“Anitriberi is meer dan eten. Het is solidariteit. Het is zorgen dat niemand tekortkomt. Het is lachen om hetzelfde bord, huilen bij hetzelfde verdriet, en feesten met dezelfde pot.
Als iemand vandaag zegt: laten we anitriberi maken, dan bedoelen ze: ieder draagt bij. Niet alleen met eten, maar ook met liefde, werk en tijd. Het is Suriname in een bord, eenvoudig, maar vol betekenis.”
En zo aten de kinderen die middag hun bord rijst met kokosmelk, zoutvlees en gebakken banaan. En terwijl ze proefden, begrepen ze dat dit eten meer was dan een maaltijd.....het was geschiedenis, cultuur en de kracht van samenhorigheid, bij feest én bij rouw.
Zo is anitriberi dus ook diep verbonden met de dede oso-traditie, waar het de rouwenden niet alleen voedde maar ook ondersteunde in hun verdriet.
Auter: onbekend
Reacties
Een reactie posten